banner dvd sammelmappe

allopathisch – homeopathisch – alternatief

De medicijnen symboliseren zogenaamd de vooruitgang van de moderne geneeskunde of wat men denkt dat het is. Veel patiënten krijgen dagelijks 10, zelfs 20 verschillende soorten medicatie voor en tegen al het mogelijke. Een dokter die geen medicijnen voorschrijft, is geen goede dokter. Hoe duurder de medicijnen zijn, hoe beter ze lijken te werken. Dat was een grote bluf! Het stomste eraan was dat men altijd geloofde dat de medicijnen een lokaal effect hadden en dat de hersenen er zogenaamd niets mee te maken hadden! Vrijwel geen enkel medicijn heeft een direct effect op het orgaan, als men afziet van lokale reacties van de darm wanneer een gif of medicijn oraal wordt ingenomen.

Alle andere medicijnen werken op de hersenen en hun ‘effect’ is eigenlijk het effect dat de vergiftiging van de hersenen of de verschillende delen ervan op organisch niveau veroorzaakt. Als we de pure drugs, verdovende middelen en kalmerende middelen buiten beschouwing laten, dan zijn er twee grote groepen medicijnen:

  • de sympathicotonica – die de stress versterken,
  • de vagotonica – die de herstel- of rustfase ondersteunen.

Tot de 1e groep behoren adrenaline, norepinefrine, cortison en hydrocortison en schijnbaar nog verschillende medicamenten zoals cafeïne, teeïne, penicilline en digitalis en vele andere. In principe kun je ze allemaal gebruiken als je het vagotonische effect wilt verminderen en dus ook hersenoedeem wilt verminderen, wat in principe iets goeds is, maar in overmaat een complicatie.

Tot de 2e groep behoren alle kalmerings- en ontpannende middelen die de vagotonie versterken of sympathicotonie verminderen. Het verschil zit hem in het feit dat ze ook verschillende dingen in de hersenen veroorzaken.

Penicilline b.v. is een sympathicotoon cytostatisch geneesmiddel. Het effect dat het heeft op bacteriën is onbeduidend en bijzaak ten opzichte van het effect dat het heeft op het oedeem van de witte stof. Het kan daarom in de pcl-fase worden gebruikt om het oedeem in de witte stof te verminderen. Het is daarentegen ondergeschikt aan cortison in de andere hersengebieden.

Het belang van de ontdekking van penicilline en de andere zogenaamde antibiotica mag daarom niet worden tekort gedaan. Maar deze ontdekking werd gedaan onder volkomen verkeerde uitgangspunten en ideeën. Men stelde zich voor dat de afbraakproducten van de bacteriën als gifstoffen zouden werken en koorts zouden veroorzaken. Dus alles wat je hoeft te doen is de slechte kleine bacteriën doden om ook de slechte gifstoffen te vermijden. Dat was een vergissing!

Dergelijke effecten hebben natuurlijk ook invloed op de bacteriën, onze hardwerkende vrienden, die tijdelijk worden ontslagen omdat hun werk is uitgesteld naar een later tijdstip – met een minder dramatisch resultaat.

Men moet zich echter afvragen in hoeverre het überhaupt zin heeft om een ​​zinvol genezingsproces in de natuur te willen behandelen.

De dokter van de Germanische Heilkunde® staat daarom niet vijandig tegenover medicijnen, ook al neemt hij aan dat de meeste processen al door Moeder Natuur zijn geoptimaliseerd en daarom in de overgrote meerderheid van de gevallen geen ondersteunende medicamenteuze behandeling nodig hebben. Bij een kortere conflictduur en dus een lager conflictmassa zijn in de genezingsfase doorgaans geen bijzondere complicaties te verwachten. Er blijven de speciale gevallen over die fataal van aard zouden eindigen, maar waar we vanwege de medische ethiek speciale aandacht aan moeten besteden.

Toch zullen we in de toekomst patiënten blijven verliezen. Maar we hebben nu het voordeel dat we van tevoren weten wat we kunnen verwachten.

Het heeft niet geholpen om de frequentie van longontsteking te verminderen door longontsteking nu bronchiaal carcinoom te noemen en de patiënten nu sterven aan bronchiaal carcinoom omdat we alleen de ‘ziekte’ opnieuw hebben gelabeld, maar als je een longontsteking hebt (de genezingsfase na een bronchiaal-ca) weet dat het conflict (territoriumangst) slechts drie maanden heeft geduurd, dan weten we dat longlysis (epileptoïde crisis = EK) over het algemeen niet fataal zal eindigen, ook al wordt er niets met medicatie gedaan. Maar als het conflict negen maanden of langer heeft geduurd, weet de dokter dat de epileptoïde longontstekingcrisis (longontsteking) een kwestie van leven en dood is als er niets wordt gedaan.

In dit geval zou men b.v. zelfs eerder sympatheticotone medicijnen geven, maar men zou ook enorme hoeveelheden cortison gebruiken, wat men tot nu toe niet heeft gedaan, namelijk direct tijdens de epileptoïde crisis, om het kritieke punt dat altijd na de crisis optreedt te overleven.

Hieruit volgt ook logisch en consequent dat in het geval van een nieuwe DHS of terugval, dat wil zeggen wanneer de patiënt weer in sympatheticotonie verkeert, cortison onmiddellijk gecontra-indiceerd is. De cortison mag echter niet in één klap worden stopgezet, maar moet binnen een paar dagen of een paar weken worden afgebouwd. Als de patiënt zijn cortisone blijft innemen, vergroot dit het conflict in termen van conflictintensiteit.

Maar het zou nu ook verkeerd zijn om de patiënt kalmerende middelen te geven, omdat allerlei soorten kalmerende middelen het beeld alleen maar verdoezelen en het risico met zich meebrengen dat een acuut, actief conflict een subacuut, hangend conflict wordt en de patiënt op elk moment door een ander conflict te lijden in de schizofrene constellatie kan komen.

Wanneer een patiënt bv. angina pectoris symptomen heeft, dan wordt er gezegd: ‘Ja, hij moet bètablokkers krijgen, hij moet kalmerende middelen krijgen zodat hij geen angina pectoris meer heeft.‘ In werkelijkheid heeft de natuur echter de symptomen opgezet zodat het conflict (territoriumconflict) kan worden opgelost, terwijl elke medicus of alternatieve medicus er nu naartoe werkt om het symptoom te laten verdwijnen. Want hoe meer je aan de symptomen sleutelt, hoe minder de patiënt de noodzaak ziet om zijn conflict op te lossen. Los van het feit dat hij dan geen instinctief gevoel meer heeft voor zijn conflict. In plaats daarvan moet u de patiënt normaal gesproken altijd helpen om zijn conflict op te lossen, dan zal hij onmiddellijk geen angina pectoris meer hebben – met en zonder medicatie. Dat is precies de onzin dat men altijd denkt dat men symptomatisch moet werken in plaats van causaal.

Bovendien is de patiënt er niet mee geholpen, integendeel, het is zelfs erg gevaarlijk, want als de patiënt door welke omstandigheden dan ook spontaan zijn territoriumconflict zou oplossen, maar het conflict langer dan 9 maanden actief zou zijn geweest, dan sterft de patiënt in de epileptoïde crisis bij een hartinfarct. Je moet zorgvuldig afwegen of je het conflict kunt oplossen of dat het logischer is, instinctief zoals de dieren doen (tweede wolf), om het territoriumconflict om te buigen en pas op het einde van je leven op te lossen.

Het is ook duidelijk dat in een fase die fundamenteel verschilt van de andere in alle mogelijke fysieke parameters, d.w.z. volledig tegengesteld is, één en hetzelfde medicijn niet kan ‘helpen’. Over het algemeen moet men zich afvragen: helpt het in de conflictactieve fase of in de vagotonische genezingsfase? Maar bij medicijnen is hier nooit rekening mee gehouden. En de hele zaak wordt natuurlijk ingewikkelder wanneer verschillende biologische conflicten tegelijkertijd en misschien zelfs in verschillende fasen plaatsvinden.

Bij jicht bijvoorbeeld: een actief nierverzamelbuis carcinoom, d.w.z. een existentie-/vluchtelingsconflict en leukemie, de genezingsfase van een inbreuk op de eigenwaarde, of bij boulimie, een combinatie van twee actieve conflicten, hypoglykemie en maagzweer.

Welke medicatie, bolletjes, druppels of poeder moeten waar, hoe en waarbij werken? Misschien kan het ene of het andere symptoom zomaar verdwijnen, maar er kan nooit sprake zijn van een echt medicinaal effect of zelfs maar van genezing.

Hetzelfde geldt voor hoge bloeddruk, die met medicatie kunstmatig kan worden verlaagd, maar die bij bijvoorbeeld een vloeistofconflict het door de necrose gevormde gat in het nierweefsel in de conflictactieve fase functioneel compenseert zodat voldoende urine en ureum kan worden uitgescheiden. Maar zolang het conflict actief is, blijft de bloeddruk hoog. Pas als het conflict is opgelost en met cystevorming in de genezingsfase daalt de bloeddruk vanzelf weer, en zelfs als het conflict lange tijd aanhoudt, zakt het nog steeds naar leeftijdsgeschikte waarden – en dit alles zonder medicatie.

Het is ook belangrijk om in alle pcl-fasen te weten of de symptomen verdwijnen door volledige genezing of door een nieuwe terugval, die ook een schijnbare verbetering simuleert. De pseudo-therapie met celvergiftigingen (chemo) die in dergelijke pcl-fasen werd toegediend, bereikte hier onterecht symptomatische ‘successen’, doordat het de waarneembare symptomen van genezing onzinnigerwijze stopte, terwijl het de meest ernstige vergiftiging van het hele organisme op de koop toeneemt.

Maar ook alle zogenaamde alternatieve methoden hebben één ding gemeen met de symptoomgeneeskunde – of ze nu homeopathisch of allopathisch doseren, d.w.z. veel of weinig substantie geven, of ze nu muesli of maretak of zuurstof geven, macrobiotiek of bachbloesems of al het mogelijke geven, geeft aan dat alle middelen een symptomatisch effect zouden moeten hebben – zogenaamd. In werkelijkheid is het enige dat werkt via de hersenen en dat wordt verwaarloosd.

Argumenten als: ‘Meneer Hamer, je kunt de ziel niet eens meten, of wat kun je tegen Bachbloesems hebben, ze werken door de ziel …..‘. Ik kan alleen maar zeggen: natuurlijk kan ik de ziel meten. Ik zie dat in een bepaald conflict, dat een mentaal proces is, een persoon een overeenkomstige Haard heeft op een bepaald punt in de hersenen en een overeenkomstige verandering in het orgaan. Daarmee heb ik de ziel resp. ingeperkt. Dus ik hoef het niet kwantitatief te meten, maar ik kan het wetenschappelijk bewijzen.

En natuurlijk zijn er ook zogenaamde placebo-effecten. Als je een medicijn ‘goed verkoopt’ aan een patiënt, dan is het voor 80% effectief. Maar dat betekent niet dat de stof op enigerlei wijze werkt, alleen dat mensen erin geloven. Zelfs als iemand met een goed hart iets goeds doet voor de patiënt, werkt het net zo goed, hoe we de procedure ook noemen.

Onze fout was gebaseerd op het feit dat we altijd dachten dat we iets moesten doen, bijv. medicinaal, hetzij in grote doses of slechts met één molecuul. We zien dat 80-90% van de gevallen van zieke dieren spontaan genezen – zonder medicatie.

Bovendien kan de vraag worden gesteld hoe men met een of ander middel een conflict kan oplossen als dat, zoals we nu weten, het belangrijkste criterium is. Hoe zouden we in staat moeten zijn om met iets een zinvol speciaalprogramma van de natuur te creëren. Als we dat zouden kunnen doen, dan laat maar zien. Maar dat kunnen we niet, het bestaat niet. Bepaalde stoffen hebben dus mogelijk alleen een ondersteunende werking (verlichting) in de genezingsfase, b.v. hoestsiroop, maar nooit een genezend effect in het vorige veronderstelde begrip, omdat de genezingsfase al is begonnen bij het begin van de conflictoplossing.

Germanische Heilkunde® is geen subdiscipline die alleen b.v. zou zich kunnen beperken tot het oplossen van conflicten en complicaties kunnen delegeren aan andere subdisciplines, maar het is een alomvattende geneeskunde dat alle stappen van het verloop van de ziekte op psychisch, cerebraal en organisch niveau in de gaten moet houden.

De arts in de Germanische Heilkunde® is daarom ook als een allesomvattende opgeleide menseleijk gekwalificeerde ‘medisch onderzoeker’ gevraagd. Omdat de therapie van de toekomst in mindere mate bestaat uit het toedienen van medicatie, maar vooral uit het feit dat de patiënt de oorzaak van zijn biologisch conflict en zijn zogenaamde ziekte leert begrijpen en samen met zijn arts de beste manier vindt om uit dit conflict of in de toekomst hier niet meer over te struikelen. Zo’n arts zou natuurlijk alle nuttige opties, inclusief medicinale en chirurgische opties voor de patiënt gebruiken, maar alleen als het nodig is, b.v. om mogelijke complicaties in het natuurlijke genezingsproces te voorkomen en hij dit ook voor zichzelf zou toepassen.

De Germanische Heilkunde® is op zichzelf compleet, het is uitsluitend gebaseerd op 5 biologische natuurwetten – zonder een enkele hypothese. Het werd geverifieerd door de Universiteit van Trnava (Slowakije) op 11 september 1998 en officieel bevestigd op 11 september 1998. Dus als we iets wilden aannemen, zou het in harmonie moeten zijn met deze 5 natuurwetten van de Germanische Heilkunde®.

Zolang er nog mensen zijn die denken dat we b.v. het immuunsysteem moeten versterken met medicijnen, dan kan ik alleen maar zeggen dat ze Germanische Heilkunde® niet begrepen hebben.

In de academische geneeskunde, inclusief alternatieve geneeskunde, hebben ze allemaal ‘successen’. Men stelde zich voor dat deze successen groter zouden zijn naarmate de medicijnkeuze correcter was. Maar succes wordt niet verdiend door artsen, natuurgenezers, natuurgenezers of andere therapeuten, maar in de eerste plaats door de patiënt zelf. Hij programmeert ook zijn eigen falen, omdat zowel succes als falen altijd de 5 biologische natuurwetten van de Germanische Heilkunde volgen ®.

Beitraege und Erfahrungsberichte zum Thema

VIDEO UND AUDIOS ZUM THEMA