banner dvd sammelmappe

Opmerking van Pilhar

Deze video moet voor 1990 gemaakt zijn door dr. Hamer, omdat het Hamers Kompas ZONDER de gemarkeerde crisis laat zien. Pas na deze video ontdekte hij dat elke SBS ook een crisis moet hebben.

Uitreksel van – Kurzfassung der Neuen Medizin zur Vorlage im Habilitationsverfahren

Als men in de hersen-CT-scan glia-ophopingen in de hersenen heeft gevonden die ook gemakkelijk met contrastmiddel gekleurd konden worden, dan werd meestal de diagnose hersentumor gesteld!

In 1982 slaagde ik erin – een jaar na de ontdekking van de IJZEREN REGEL VAN KANKER – prosepctief een enorme Hamerse Haard te vinden bij een patiënt met een conflict in de genezingsfase en een hartaanval in de epileptoïde crisis. Vanaf dat moment wist ik dat er geen hersentumoren waren, maar dat deze verschijnselen verband moesten houden met de genezingsfase van een biologisch conflict.

De uitdrukking komt van mijn tegenstanders, die deze structuren die ik in de hersenen vond minachtend ‘die vreemde Hamerse Haarden‘ noemden. Ik observeerde deze Hamerse Haarden vervolgens zeer nauwkeurig en kon al snel herkennen dat hun bestaan aan het begin van de genzingsfase lag.

Maar aangezien ik de wet van de tweefasigheid van ziektes al zeer snel had ontdekt, wist ik natuurlijk dat elk dergelijk genezingsfaseproces ook een conflictactief proces omvat.

Het ongeluk voor veel patiënten was dat de Hamerse Haard in de genezingsfase werd hersteld door gliacellen (bindweefsel) op te slaan. Dit gaat gepaard met een verhoogde stugheid van het weefsel, maar blijft zonder klachten zolang het organisme geen last heeft van een ander conflict op dezelfde plek.

Er traden enorme moeilijkheden op:

  1. In het geval van kanker – en natuurlijk concentreerde ik me destijds op deze ziekte omdat ik dacht dat ik alleen de mechanismen achter het ontstaan ​​van kanker had ontdekt – was het destijds niet gebruikelijk om een ​​computertomogram van de hersenen te maken, tenzij er legitieme redenen waren om aan te nemen dat er hersenmetastasen aanwezig waren. Het was dus in individuele gevallen erg moeilijk om zo’n hersen-CT te laten maken. Omdat computertomogrammen op dat moment onevenredig duur waren, had je geluk als je zelfs maar een enkele reeks computertomogrammen van de hersenen kon krijgen.
  2. Allereerst ben ik begonnen met het samenstellen van de topografie van de Hamerse Haard in de hersenen en dat was erg moeilijk, want als je iets in de hersenen zag, dan zou het ook een oud proces kunnen zijn dat al voorbij was en dat niets te maken had met het huidige conflict dat de patiënt had. Bovendien wist ik niet of de patiënt andere carcinomen had die nog niet waren gediagnosticeerd, wat ook mogelijk was met nieuwe processen of zeer actuele biologische conflicten.
  3. Ik vond overkoepelende conflicten met vergelijkbare inhoud, waarvan ik vandaag weet dat ze verschillende relais hebben bedekt met een enkele Hamerse Haard, d.w.z. de patiënt had een of meer conflicten doorstaan, die verschillende conflictaspecten hadden, die de patiënt allemaal in dezelfde seconde van het DHS hadden geraakt en allemaal bij elkaar waren gegroepeerd in een grote Hamerse Haard.
  4. Er waren ook patiënten die meerdere HHen tegelijk hadden in totaal verschillende delen van de hersenen. Al deze Haarden hadden echter één ding gemeen: ze moesten de genezingsfase weergeven, omdat de patiënt alle symptomen vertoonde van de conflictopgeloste pcl-fase.
  5. Voor al deze Hamerse Haarden in de genezings fase moest er toch ook een apparaat zijn die de formaties van de conflict-actieve fase in de hersenen zichtbaar kon maken. Soms zag ik zulke schietschijfvormige cirkels, die de radiologen bij navraag altijd met een milde glimlach verwierpen als ronde artefacten van het apparaat. Er waren ook halfcirkelvormige structuren, zowel die begrensd waren door de falx alsook die leken te worden begrensd door de laterale rand van het CT-beeld.
  6. De medewerking van de radiologen was nagenoeg nihil. Een aantal van hen had bestralingsapparatuur en gaf zogenaamde röntgentherapie. En zulke voormalige collega’s konden het zich niet veroorloven te geloven dat mijn resultaten zelfs maar mogelijk waren. De rest van hen vertelde me onverbloemd – niet veel radiologen hadden destijds een CT-apparaat – dat ze vanaf het moment dat ze dachten dat Hamers theorie mogelijk was, ze geen enkele opdracht meer van de ziekenhuizen zouden krijgen. Als er  een hersen-CT werd gemaakt, dan uitsluitend om een ​​hersentumor of ‘hersenmetastasen’ te vinden.
  7. Omdat ik niet over een eigen CT-apparaat beschikte, had ik niet de mogelijkheid om systematisch onderzoek uit te voeren of de onderzoeken te herhalen met een andere invalshoek. We konden alleen ‘krijgen wat er van onze herentafels viel’ en dat was niet veel. Het gebeurde vaak dat de computertomogrammen niet aan de patiënt werden gegeven. En met het geschreven rapport kon je nauwelijks iets doen.
  8. Ik wist en kende de Hamerse haard, of wat ik dacht dat genezend was. Ik veronderstelde dat deze HH al in de conflictactieve fase moet hebben bestaan, maar dit werd niet geaccepteerd door de radiologen: ‘Meneer Hamer, we zien daar niets’.
  9. Ik heb veel Hamersche-haarden gezien, maar ik kon helemaal geen kanker vinden. Dat waren de motorische, sensorische en periostale-sensorische relais in de hersenen, die geen kanker veroorzaakten op orgaanniveau, maar hooguit een kankerequivalent vertegenwoordigen. Maar ik had deze ziektes niet verwacht, alleen kanker. En daarom overkwam het me vaak dat ik veel meer HHen had dan ik eigenlijk zocht en in gevallen waarin de patiënt alleen conflictactiviteit had en zijn conflict nog niet had opgelost, werd er niets gevonden.

Het kwam vaak voor dat de patiënt een enorme tumor had en ‘niets’ werd gevonden in het computertomogram van de hersenen. Anderen hadden een kleine tumor die genas en er werd een uitgebreide Hamerse Haard in de hersenen gevonden.

Ik had geen andere keuze dan het pad van elke natuurwetenschapper te volgen en, als een goede vakman met 99% transpiratie en 1% inspiratie, alle mogelijke computertomogrammen van de hersenen te vergelijken, inclusief de bijbehorende of zogenaamd geassocieerde orgaanbevindingen, met andere hersen-CT‘s, die op hun beurt andere orgaanbevindingen hadden.

In het begin was er nog een andere moeilijkheid dat ik niet kon onderscheiden tussen links- en rechtshandigheid, zodat ik, zoals ik achteraf gezien weet, nog vaker fouten zou hebben gemaakt als ik niet altijd vanuit het orgaan was begonnen. De correlatie van orgaan tot hersenen of van hersenen tot orgaan is altijd duidelijk. Links- en rechtshandigheid is alleen belangrijk in de correlatie tussen psyche en hersenen of hersenen en psyche.

Nog een voorbeeld: aambeien krijgt ofwel een rechtshandige vrouw in het geval van een identiteitsconflict in de genezingsfase of een linkshandige man in geval van een territoriumconflict, ook in de genezingsfase. Maar als ik een Hamerse Haard met oedeem zie op een bepaald punt aan de linkerkant van de grote hersenen in de linker temporale kwab, dan moet de patiënt altijd een aambei hebben – d.w.z. een rectumulcus in de genezingsfase. Omgekeerd, als de patiënt een rectale ulceratie heeft in de genezingsfase, d.w.z. aambeien, dan heeft hij altijd een HH in de hersenen op dit punt van de linker temporale kwab in de genezingsfase.

Het lukte me vervolgens om onderscheid te maken tussen kanker- en kankerequivalenten met behulp van honderden en later vele duizenden computertomogrammen van de hersenen, en vervolgens om de juiste lokalisatie of correlatieve topografie met het orgaan te kunnen bepalen. Benadrukt moet worden dat voor veel fysieke functies, zoals de periostgevoeligheid, die ons hele skelet bestrijkt, er alleen een witte vlek op de landkaart van de hersenen en op de landkaart van de organen was, omdat dit periost zo slecht of helemaal niet onderzocht kon worden. De gevoeligheid voor het periost wordt in geen enkel leerboek vermeld.

De veronderstelde ringartefacten van de hersenen in het computertomogram, gedurende anderhalf decennium verkeerd geïnterpreteerd door neuroradiologen

De discussie bleef bestaan ​​over de zogenaamde ringartefacten, die wel bestaan, maar die maar op één van de 100 patiënten worden gezien en door mij worden gezien als een Hamerse Haard in een schietschijfconfiguratie, d.w.z. de conflictactieve fase. De veronderstelde ringartefacten, die op enkele zeer duidelijke uitzonderingen na, door mij heftig zijn betwist, of waarvan ik reklameer dat het HHen in schietschijfconfiguratie zijn, worden door de radiologen altijd ontkend als feiten en net als artefacten, d.w.z. kunstproducten van het apparaat bekeken.

Jarenlang probeerden men deze verschijnselen terzijde te schuiven. Eindelijk kreeg ik een goed idee, en waar mijn 12-semester natuurkunde studie van pas kwam. Ik nam contact op met het hoofd van de afdeling computertomografie van het Siemens-productiebedrijf, de heer Feindor, met een ‘bezorgdheid’. We hadden een prettige ontmoeting, waarbij ik hem vroeg of we samen zouden bepalen aan welke criteria moest worden voldaan in het geval van een ringartefact en wanneer het geen ringartefact zou zijn. De heer Feindor is een ingenieur en we hadden geen enkel probleem om de voorwaarden te bepalen waaraan in dit of dat geval wel of niet moest worden voldaan. Dat was op 18 december 1989.

Op 22 december 1989 werd het definitieve protocol ondertekend. Sindsdien is er echte paniek uitgebroken onder neuroradiologen. Dat voelden we meteen toen we in 1990 een serie tests bij Siemens aan het plannen waren. Ik vroeg directeur Feindor om me de kans te geven om een ​​reeks tests uit te voeren op het eigen Siemens-apparaat van het bedrijf in Erlangen, dat ongeveer vier weken zou moeten duren. Vervolgens zou een aantal neuroradiologen worden uitgenodigd, die daarna samen met Siemens zouden moeten bevestigen dat de gepresenteerde gevallen geen artefacten konden zijn, maar echte bevindingen, d.w.z. feiten.

De datum voor deze geplande conferentie werd elke keer uitgesteld tot op een dag een verantwoordelijke bij Siemens me in vertrouwen zei: ‘Meneer Hamer, we hebben de grootste problemen met de radiologen.’ Er id duidelijke afkeuring gesignaleerd …

Ter voorbereiding op deze conferentie hadden we allerlei onderzoeken uitgevoerd die oorspronkelijk met Siemens waren afgesproken, zoals de patiënt 2 cm naar links verplaatsen tijdens het CT-onderzoek of hem vervolgens weer 2 cm naar rechts verplaatsen om te zien of de doelconfiguratie altijd op dezelfde plek op de hersenen blijft, wat het ook echt deed. Of we probeerden zo regelmatig mogelijk controles uit te voeren bij dezelfde patiënt, indien mogelijk op verschillende machines, om te zien welk verloop de schietschijfconfiguratie volgde.

Het was ook een betrouwbaar criterium voor een echte diagnose als de schietschijfconfiguratie alleen in een bepaald aantal lagen verscheen, maar niet meer in andere lagen.

Met al deze onderzoeken, die veel tijd en moeite en veel overredingskracht van de radiologen in beslag namen, vonden we iets heel verbazingwekkends: een radioloog die zei dat hij ooit deze schietschijven op organen had gezien en dat het echt artefacten moesten zijn.

Vanaf dat moment was mijn grote interesse in dergelijke orgaankarakteristieken gewekt en onderzocht ik ze systematisch. Ik kwam erachter dat in de compacte organen waarop we CT’s kunnen doen, zoals de lever, milt, nierparenchym, botten etc. echt schietschijfconfiguraties voorkwamen, die meestal alleen in het begin zichtbaar waren, mogelijk later weer zichtbaar zoals in het bot als het bot opnieuw werd gecalcificeerd. Het verbazingwekkende feit kwam naar voren dat de hersenen en het orgaan blijkbaar met elkaar corresponderen in een schietschijfconfiguratie en deze schietschijven ook een specifiek verloop in het orgaan hebben. Dus we zien b.v. in de lever alleen aan het begin van de solitaire lever-ca de klassieke schietschijfconfiguratie. Later wordt de solitaire lever-ca donker in de tomografie en vertoont deze configuratie niet meer. Bij de natuurlijke genezing door tbc zien we aftekeningen van kalkhoudende ringen, vooral als er geen totale holte was, d.w.z. geen volledig gat in de lever, maar als de lever-ca halverwege is gestopt en bij de natuurlijke tuberculaire genezing de solitaire ronde haard alleen maar hoefde te worden uitgedund.

Het hoofd-brein en het orgaan-brein

Als je de hele zaak goed bekijkt, dan hebben we enerzijds de hersenen die we allemaal kennen. Daarentegen zijn er de orgaancellen, die elk een kern hebben. Orgaancellen zijn met elkaar verbonden en elke celkern, dat wil zeggen mini-hersenen, is verbonden met alle mini-hersenen in het lichaam.

We kunnen de som van deze mini-hersenen beschouwen als een tweede brein. Dat zou dan betekenen dat in het geval van een biologisch conflict, een gebied van het hoofd-brein, dat we de Hamerse Haard noemen, overeenkomt met een gebied van het orgaan-brein, dat we voorheen kanker of kankerequivalent of orgaanmutatie noemden.

In het geval van een sensorische prikkel, b.v. het orgaan-brein levert informatie aan het hoofd-brein, andersom, met een motorische reactie geeft het hoofd-brein informatie en commando’s af aan het orgaan-brein.

We weten nog niet precies wat er elektrofysiologisch gebeurt in de individuele cellen van de hersenen en organen – of wat er gebeurt in overlappende gebieden of relais, maar deze kennis is geen vereiste voor ons klinisch werk met deze duidelijke bevindingen.

De Hamerse Haard in de ca-fase en in de pcl-fase

Bij het DHS wordt het verantwoordelijke relaiscentrum in de hersenen gekenmerkt door een zogenaamde schietschijfconfiguratie. Rond het centrum van dit relais worden scherpe cirkels gevormd, we zeggen ook concentrische cirkels die eruitzien als schietenschijven. ‘schietschijf’ betekent dat de Hamerse Haard zich in de actieve fase van het conflict bevindt.

De lokalisatie komt niet toevallig tot stand, maar is het computerrelais dat het individu ‘associeert’ met de inhoud van het conflict in de seconde van het DHS; Vanuit deze Hamerse Haard, in dezelfde seconde van de DHS, krijgt het orgaan dat correleert met de Hamerse Haard kanker. Verrassend genoeg kunnen we ook aantonen dat het orgaan wordt getroffen door een schietschijfconfiguratie die we in de CT kunnen tomograferen bij compacte organen, zoals de lever, milt, botten, nieren, enz.

Naarmate het conflict vordert, neemt ook de Hamerse Haard in de hersenen toe, d.w.z. een steeds groter gebied wordt betroffen of het voorheen betroffen gebied wordt intenser veranderd, terwijl tegelijkertijd de kanker zich verder ontwikkelt aan het orgaan, d.w.z. de tumor wordt groter in massa door echte celmitose (zoals bij het binnenste kiemblad), groter in necrose (zoals in het middelste kiemblad), ulceratief groter, uitgebreider, vanwege vele kleine zweren (zoals in het buitenste kiemblad).

In mijn eerste paperback uit 1984: ‘Kanker – ziekte van de ziel, kortsluiting in de hersenen …’ noemde ik deze Hamerse Haard in de conflictactieve fase nog een kortsluiting omdat we niets wisten van de bio-elektrische processen. Tegenwoordig noem ik het niet meer zo, want onder kortsluiting verstaan ​​we over het algemeen een programmaonderbreking. Maar dat is slechts gedeeltelijk het geval bij de Hamerse Haarden. We kunnen zeggen dat het een verstoring is van het normale programma, maar het organisme is al voorbereid op dat dit ooit een keer zou kunnen gebeuren:

Maar zelfs het woord verstoring is niet gepast, omdat het een soort nood- of speciaalprogramma is. D.w.z. als het individu onverwacht ‘op het verkeerde been wordt gezet’ in een situatie die ze niet had verwacht, wordt een noodprogramma gestart, dat we biologisch conflict noemen, dat erop gericht is het individu weer in een normaal ritme te brengen. Dit noodprogramma betrekt zich niet alleen op het individu, maar omvat ook meerdere of veel soortgenoten, zoals het ook kan verwijzen naar familie of clan.

Een voorbeeld: een moeder ziet voor haar ogen dat haar driejarig kind een ongeluk krijgt en bewusteloos raakt. Als dit een DHS voor de moeder is, leidt dit tot een biologisch conflict, een heel specifiek conflict, namelijk een moeder/kind-zorgconflict. Dit biologische conflict heeft een heel bijzondere zinvolle betekenis op alle 3 de niveaus: op psychisch niveau draait al het denken en doen om het weer gezond worden van het kind. Op hersenen niveau zien we een schietschijfvormige Hamerse Haard bij een rechtshandige vrouw in de rechter laterale kleine hersenen, wat ons laat zien dat er conflictactiviteit is in dit moeder/kind-relais. Op organisch niveau zien we dat het borstweefsel van de vrouw (moeder) groeit. De linkerborst wordt groter met een bepaalde hoeveelheid borstklierweefsel – dit komt nog steeds veel voor in de natuur of bij primitieve volken – het wordt ingeschakeld in de melkproductie, zodat de moeder meer melk produceert dan voorheen. Het resultaat is dat het kind meer melk krijgt en dus de kans heeft om sneller beter te worden. Als het kind weer gezond is, begint de conflictoplossing, d.w.z. nu zijn de overtollige melkkliercellen niet meer nodig omdat het kind weer kan rondkomen met de gebruikelijke hoeveelheid melk. Het verdere gevolg is dat tuberculose optreedt tijdens het geven van borstvoeding, waardoor het kind als het ware tuberculeuze melk krijgt, wat hem helemaal niet schaadt. De tuberculose verkaast de pas gegroeide borstkliercellen en breekt ze af. Er blijft een caverner achter.

Maar wat zijn nu deze als ze goed zichtbaar zijn, dus al in de genezingsfase zijn, in de hersenen door neuroradiologen aangeduid als hersentumoren of hersenmetastasen? En als ze minder duidelijk zichtbaar zijn algemene verwarring veroorzaken. Als ze een zeer sterk perifocaal oedeem vertonen en de Hamerse Haard gemakkelijk kan worden gekleurd, snelgroeiende hersentumoren worden genoemd. Als ze een groot oedeem veroorzaken, maar de Hamerse Haard niet zichtbaar is, zoals meestal het geval in de witte stof, ​​opnieuw algemene verwarring veroorzaken. Als ze zich op de hersenschors bevinden, verkeerd worden geïnterpreteerd als tumoren van de hersenvliezen, maar die in principe altijd hetzelfde zijn, alleen de verschillende stadia van het beloop van een Hamerse Haard!

De Hamerse Haard in de conflictactieve fase, namelijk de schietschijf-configuratie, is altijd verkeerd geïnterpreteerd als artefacten van het apparaat. Als ze later oedeem ontwikkelden en zogenaamde hersentumoren werden, nam de radioloog meestal niet de moeite om vast te stellen dat deze veronderstelde hersentumor er al eerder was als een schietschijfconfiguratie, d.w.z. toen als Hamerse Haard zichtbaar was in de conflictactieve fase. Aangezien het bedrijf SIEMENS en ik het document aan het einde van dit hoofdstuk hebben ondertekend, had de discussie over de vermeende artefacten eindelijk moeten zijn beëindigd. Het waren feiten: d.w.z. de schietschijven betekenden de conflictactieve fase in een bepaalde relais- of relaisgroep van de hersenen.

Hersentumoren bestaan ​​per definitie niet: hersencellen kunnen zich na de geboorte niet meer delen, ook niet onder omstandigheden die voorheen verkeerd werden geïnterpreteerd als hersentumoren. Dus gewoon onder geen enkele voorwaarde. Wat zich kan vermenigvuldigen is onschadelijk glia, bindweefsel van de hersenen dat precies dezelfde functie heeft als het bindweefsel van ons lichaam. Niemand kan de gliacellen met zekerheid classificeren in termen van evolutie. Afhankelijk van hoe ze zich gedragen in de hersenen, bestaat er een sterk vermoeden dat ze van mesodermale oorsprong zijn. Dit geeft aan dat de gliale opslag altijd plaatsvindt in het hersenrelais tijdens de genezingsfase. Aan de andere kant weten we dat neurofibromen ontstaan ​​in de conflictactieve fase of cellen laten vermenigvuldigen. Maar dit is geen tegenstrijdigheid, omdat we weten dat de mesodermale organen zowel de door de klein hersenen gestuurde organen als ook de door de witte stof bestuurde organen omvatten. De eerste groep zorgt ervoor dat cellen zich vermenigvuldigen in de conflictactieve fase en de tweede groep zorgt ervoor dat cellen zich vermenigvuldigen in de genezingsfase. We moeten daarom aannemen dat de gliomen beide mogelijkheden van het mesoderm hebben. Deze heldere, met glia gevulde Hamerse Haarden zijn reparaties aan het organisme van de Hamerse Haard, een reden tot vreugde in plaats van schrik of zelfs voor hersenoperaties.

Laten we een voor een doornemen hoe zoiets werkt:

In het geval van een DHS wordt het ‘verantwoordelijke relaiscentrum’ gemarkeerd in de hersenen en dus een Hamerse Haard in een schietschijfformatie. Zodra we deze schietschijfconfiguratie in het CT in een bepaald relais zien, weten we dat er een speciaalprogramma loopt in dit relais, d.w.z. het organisme is in dit conflict-, hersen- en orgaangebied op het verkeerde been gezet en heeft een speciaal programma ingeschakeld.

Dit speciaalprogramma zorgt ervoor dat het organisme kan omgaan met de onverwacht optredende situatie, die niet alleen de patiënt als individu kan treffen, maar mogelijk b.v. ook zijn biologische groep (clan, familie etc.). De conflictactiviteit, d.w.z. de schietschijfconfiguratie in de hersenen houdt dan aan totdat de conflictsituatie is opgelost en het organisme weer normaal kan worden. Totdat het dat kan, moet het organisme echter de prijs betalen voor het feit dat het speciaalprogramma is gestart met een soort kortsluiting, wat een soort noodprogramma vertegenwoordigt. De prijs is de genezingsfase, d.w.z. het herstel op psychisch, cerebraal en organisch niveau om de optimale toestand te bereiken die voorheen mogelijk was. Pas als dit is bereikt door de genezingsfase of het herstel op alle 3 de niveaus kan het organisme echt weer normaal worden. Zolang het speciaalprogramma in de vorm van een schietschijfconfiguratie, d.w.z. dus de conflictactieve fase, ook wel permanente sympaticotonie genoemd, aanwezig is, wordt het hersenrelais – zoals we ons kunnen voorstellen – duidelijk beïnvloed.

We kunnen ons voorstellen dat er te veel stroom door een te smalle lijn wordt gejaagd als de spanning te hoog is. De lijn brandt door, d.w.z. allereerst natuurlijk de isolatie. Bij bio-elektronica zijn de zaken weer een beetje anders en in de hersenen moeten we ons de hersencellen voorstellen zoals gerangschikt in een oneindig complex raster. Vanwege de permanente sympathicotonie, wat eigenlijk iets geplands is (gewoon te veel van het goede), worden de communicatielijnen van de hersenzenuwen nu steeds meer beschadigd, net zoals het lichaamsorgaan wordt vergroot, verkleind of op zijn minst veranderd door de kanker rekening houdend met de bijzondere nieuwe onverwachte situatie. Tot het einde van de conflictactieve fase gebeurt er bij Hamerse Haard blijkbaar niets opwindends, althans wat de CT betreft, behalve dat de schietschijfconfiguratie constant blijft. In de MRI kunnen we b.v. zien dat er een verschil is met de omgeving, maar het ziet er volkomen ondramatisch uit.

De realiteit is echter totaal anders en we kunnen de schade pas inschatten als de conflictolyse is ingetreden. Nu, in de pcl-fase, kunnen we de volledige omvang van de verandering of schade overzien. Omdat precies aan het begin van de pcl-fase het organisme de schade van dit speciale programma begint te herstellen – of het nu gaat om celtoename in het lichaamsorgaan, of het nu gaat om celvermindering in het lichaamsorgaan – en natuurlijk het betroffen hersenrelais.

Systematisch samengevat gebeurt na een DHS op de drie niveau’s van ons organiscme dus het volgende

psychisch:

A. conflict-actieve fase (ca-fase):

Permanente sympathicotonie, d.w.z. maximale stress. De patiënt denkt dag en nacht aan zijn conflict en probeert het op te lossen. Hij slaapt niet meer en als hij slaapt, dan slechts in de eerste helft van de nacht met halve uurtjes, hij valt af en heeft hij geen eetlust.

B. conflict-opgeloste fase (pcl-fase):

Er is een herstelfase. De psyche moet herstellen. De patiënt voelt zich slap en moe, maar is opgelucht, heeft een goede eetlust, het lichaam is warm, vaak koorts, vaak hoofdpijn. De patiënten slapen goed, maar meestal pas om drie uur ’s ochtends. Dit mechanisme is van nature zo opgezet dat mensen met vagotonie niet slapen tot het ochtendgloren, zodat een potentieel gevaar (bijv. roofdier) hen niet verrast in hun diepe vagotone slaap. De patiënten slapen allemaal veel en slapen graag overdag.

cerebraal:

A. conflict-actieve fase (ca-fase):

Schietschijf-configuratie iin de bijbehorende Hamerse Haard (zie diagnosetabel), d.w.z. dat hier een speciaalprogramma loopt.

B. conflict-opgeloste fase (pcl-fase):

De Hamerse Haard wordt onder oedeemvorming gerepareerd en in het getroffen relais wordt glia opgeslagen. Hierdoor wordt zoveel mogelijk de oorspronkelijke staat hersteld, wat belangrijk is bij latere conflicten, maar de prijs is dat het weefsel minder elastisch is dan voorheen.

organisch:

A. conflict-actieve fase (ca-fase):

Volgens de diagnosetabel en het schema van het ontogenetische systeem van tumoren en kankerequivalenten, vindt celtoename plaats in de conflictactieve fase, die een zeer specifieke biologische zin heeft, of celnecrose, d.w.z. celverlies of een gat dat ook een heel specifieke biologische zin heeft. Het punt is dat deze zeer bijzondere verrassingssituatie die we het biologische conflict noemen, kan worden opgelost met behulp van de organische verandering die wordt aangebracht. Volgens de biologische zin, b.v. een coronaire ulcus houdt in dat de kransslagaders worden vergroot in de conflictactieve fase, waardoor er meer bloed door de kransslagaders kan stromen en de kracht en het uithoudingsvermogen van het individu wordt vergroot. Een toename van de borstkliercellen, b.v. dient om het kind meer melk te bieden zodat het na een ongeval sneller kan herstellen.

B. conflict-opgeloste fase (pcl-fase):

Het herstel van de kankertumor door microbiële afbraak of kankernecrose door microbiële opbouw gaat van start (zie tabel en schema van het ontogenetische systeem van tumoren en kankerequivalenten). We vinden oedeem altijd als een teken van genezing in zowel de hersenen als het orgaan.

Bijdragen en ervaringsberichten tot het thema

VIDEO'S EN AUDIO'S TOT HET THEMA